vrijdag 29 februari 2008

Moeder 4

Geschreven op 2 september 2007

De wetenschap heeft een ziekte als ‘Altzheimer’ een naam gegeven; ik wil een dierbaar mens met dit verouderingsproces gewoon een gezicht geven. Gewoon een kader schetsen voor onverwerkte gevoelens, die ik wil kanaliseren.

Met zo’n zus die zowel mijn taak bij onze moeder overnam en de hond de nodige zorgen gaf tijdens ons weekje verlof, heb ik het wel getroffen, denk ik als ik naar het rusthuis rijd.
Mijn week afwezigheid lijkt geen vat te hebben gehad op het humeur van moeder.
Ze verrast me warempel met een heus ‘stripteasenummer’ als ik de kamer binnenkom. Ze trekt haar kleren zo hoog ze kan en ook haar knieën moet ik meerdere malen bewonderen.
Zedigheid en kuisheid zijn in geen verste verten meer te bespeuren.
Scrupules zijn een rekbaar begrip.

“Wil jij niet eens blauw zien” vraagt ze me in gebroken zinnen. Ik bedenk zo gauw geen antwoord maar uiteindelijk beken ik kleur en zeg dat blauw toch mijn favoriete kleur is als ik de zee schilder. Ze neemt er vrede mee.
Een juiste inschatting geven aan haar vraag is niet haalbaar.

Geen minuutje later vraagt ze of ik de potvis met rimpels uit haar kamer wil verjagen. Die zwemt daar ganse dagen en ze wil dat er een einde aan komt.
Op een aanvaardbare manier sluit ik een compromis met haar om dat één van de volgende dagen op mij te nemen. Met een knikje sluit ze een deal.

“Rechts … averechts … rechts … averechts “ zegt ze terwijl ze de steken op haar vest telt. Vroeger breide ze elke week wel een trui af en moest ze de steken ook al mompelend benoemen.
Wat mij frappeert is dat ze identieke handelingen als vroeger uitvoert met haar duim en wijsvinger. Haar lange termijngeheugen laat slechts enkele flarden aan de oppervlakte komen.
Ze blijft maar aan haar jasje trekken tot de averechtse steken geteld zijn. Minderen en meerderen in een ajour motief is en was haar niet vreemd.

Ik merk dat de nagels aan haar vingers mooi gelakt zijn in zilverroos. De therapeute heeft groepen gemaakt en gedifferentieerd in aanpak. Sommige demente mensen worden graag aangeraakt ; andere balen ervan. Moeder heeft een voorkeursbehandeling aan de handen weggekaapt. Individueel even wegdromen bij een voetmassage is voor haar ook wel een aanrader.

“Ik moet … “ zegt ze .
Een jonge verpleger komt naar de kamer als ik het ‘help-belletje’ heb gedrukt.
Met sterke handen wordt ze het toilet opgedragen.
Een mens heeft zijn behoeften.
De verpleger maakt haar weer in orde en vertrekt naar de volgende kamer. Op zondag is er namelijk erg weinig personeel.
“Ik moet … “ zegt ze een kwartiertje later weer.
Hoe ik dat moet inschatten weet ik niet maar ik reageer nu maar eens niet.
Hopelijk heb ik juist gegokt voor de verpleging van dienst.

Haar bril lijkt met de dag groter te worden maar dat is optisch bedrog waarschijnlijk.
Etensresten en viezigheid op de glazen vertroebelen haar zicht . Haar optisch perspectief ligt niet meer in deze wereld maar in de eeuwigheid vermoed ik.
Met wat Keuls water op haar bril verruim ik haar zicht weer wat. Het is goed zegt ze.

Tot morgen hé verman ik mij als ik haar achterlaat in de eetzaal. Zij zit weer in een ‘andere’ groep. Aan het tafeltje van de mensen met eetproblemen wordt mij gezegd.

In de auto denk ik “ Ik spring uit een vliegmasien … als ik …”
Thuisgekomen lees ik de spreuk die op mijn bureau staat.

Viele entdecken
ihr Herz erst
wenn sie den Kopf
verloren haben.
Met dank aan Frederich Nietzsche

2 opmerkingen:

Anoniem zei

Wat een 'mooie' vrouw ben jij.
Vergeef me de persoonljke aard van mijn reacite maar dit kwam spontaan bij me op bij het lezen van dit stukje...

Ja, die goeie ouwe Nietzsche. Den Kopf verlieren um das Herz zu entdecken. Waarom doen we dat niet met z'n allen?


groet,
freddy

Aquarel zei

Bedankt Freddy. Fijne reactie.
Ziels-genoten vinden elkaar op plaatsen waar anderen voorbij hollen.