Ik tart het noodlot wel om deze cursiefjes in de rand van dementie te willen schrijven. Natuurlijk wil ik elke keer iets te vertellen hebben denk ik bij mezelf.
Maar alle gekheid op een stokje …moeders ‘gewone doen’ doet mij al naar de pen grijpen.
Vandaag heb ik een doos met stukjes stof die al behoorlijk duf ruiken meegenomen. Het duurt niet lang of haar vingers betasten de lapjes met veel ontzag.
Vroeger naaide zij voor gans de familie gratis en voor niks een nieuwe garderobe bij elkaar. Zelfs de hautaine schoonmoeder liet zich enkel kleden door mijn moeder. En dat verdiende al een medaille op zich.
Ze begint de lapjes te betasten en te verkreukelen. Regelmatig drapeer ik een stuk gordijn op mijn schouders om haar te laten zien of de ‘dessin’ wel goed is en of de kleur mij flatteert. Het zijn van die ouderwetse draperiestoffen die ik bij elkaar gebedeld heb bij mijn naaister.
Ik vraag haar telkens of de stof kan gewassen worden en in de droogkast mag. Dit infantiele spel is me op het lijf geschreven.
Regelmatig schuifelt ze van haar stoel naar de volgende stoel en geef ik haar een ondersteunende arm want haar zwakke benen weigeren regelmatig dienst.
“Wanneer vertrek je naar Kinshasa” denk ik te verstaan. Ik stamel maar dat de tickets nog moeten aankomen en daarmee neemt ze blijkbaar genoegen.
Ik ga de volgende week wel naar ItaliĆ« maar dat is wat korter bij de deur. Daar praat ik best niet over met haar. Bij elk reisje moet ik mij al vermannen om haar ‘achter’ te laten. Gelukkig is de bezoekbeurtrol met mijn zus net haalbaar.
Ik merk zweetpareltjes op haar voorhoofd en rond haar neus. Ze is moe van het werken weet ik. Ze beaamt mijn ongerustheid al hoofdknikkend.
Het spel met de lapjes verwatert.
‘Godver…. godver …doeme “zegt ze stil maar gemeend.
Vermanend leg ik haar het zwijgen op. De laatste tijd durft ze vaak haar onmacht uiten en kenbaar maken aan de Heer God. Daar zal Hij wel raar van opkijken want dat is Hij van haar heus niet gewend.
Terwijl zij ons thuis vroeger nooit toestond dat deze taal gehanteerd werd vloekt zij er nu lekker op los. Waar zou ze dat geleerd hebben vraag ik me af.
Terwijl ik even een doodsprentje aan het lezen ben dat op de tafel ligt staat ze op uit haar stoel. Met een smak belandt zij met haar volle aangezicht op de grond. Haar bril plooit zich dubbel en ze blijft stil op haar buik liggen. Ze zegt geen woord.
Ik versteen van angst als ik naast haar kniel. In paniek begin ik op de alarmknopjes te duwen om hulp. Waarschijnlijk heb ik op het verkeerde knopje gedrukt want het duurt ettelijke minuten voor er hulp komt. Ik probeer haar zelf al troostend recht te hijsen en na te gaan of er weer geen breuk vast te stellen is. Ze ziet bleek en een grote buil naast haar oog wordt zichtbaar. Haar ogen staan flauw en lijken uitgezakt. Haar neus heeft ook gedeeld in de klap.
Verdwaasd blijft ze in haar stoel zitten. Ze zegt weinig en kijkt mij zo kinderlijk aan.
Als de verpleegster even later binnenkomt is ze al wat van de schrik bekomen. Elke val is misschien een klein infarct en maakt haar duizelig bij het rechtstaan.
Ik voel me ‘schuldig’ omdat ik haar even had losgemaakt om zich wat vrijer te voelen.
Men zal haar deze nacht een pilletje geven tegen de pijn.
“Godver… godver… doeme “ …vloek ik er duchtig op los als ik in de auto huiswaarts rijd. De Heer weet wel dat ik soms zo radeloos ben als ik bij haar weg ga. Ik voel zijn vergiffenis tot in mijn diepste. Mea Culpa is het minste wat ik kan zeggen.
Het wordt de hoogste tijd dat ik nu onze bergspullen ga opsnorren.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten